Ventilatie

Door de vele activiteiten in een woning geraakt de binnenlucht er snel vervuild. Dat geldt zeker voor woningen met een goede luchtdichtheid, die meer en meer de norm zijn dezer dagen. Sommige luchtvervuilende stoffen kan u beperken door ze aan de bron af te remmen of door te vermijden dat ze optreden. Verbrandingsgassen, formaldehyde en sigarettenrook zijn daarvan typische voorbeelden. Van andere polluenten, zoals de door de mens uitgeademde CO2 en ook van waterdamp, kunnen we enkel de concentratie verminderen door te woning te ventileren. Een te hoge concentratie CO2 kan concentratiestoornissen, hoofdpijn en slaperigheid veroorzaken. Een teveel aan waterdamp kan de populatie aan huisstofmijt doen toenemen en verder aanleiding geven tot schimmelgroei op muren en plafonds.

Ventileren levert dus een belangrijke bijdrage aan het verhogen van de kwaliteit van het binnenklimaat en het algemeen welbehagen van de bewoners. Hadden die bewoners vroeger dan vaak last van hoofdpijn, schimmels op muren en een muffe stank binnenshuis? Nee, want men bouwde anders. Oude woningen zijn niet luchtdicht, hebben gaten en spleten, de raam-, deuropeningen en elektrische leidingen waren veel minder afgedicht en van goed geplaatste isolatie in de spouw of het dak was geen sprake. De woningen waren dus veel meer damp- en luchtopen. Ventileren gebeurde eigenlijk vanzelf, op een puur natuurlijke wijze. Alleen was dat niet altijd de ideale wijze, en dus vertoonden sommige huizen schimmelplekken en bleven geurtjes wat langer hangen.

Omdat we vandaag meer aandacht besteden aan de kwaliteit van de bouwschil en het beperken van de energieverliezen, wordt er luchtdichter gebouwd. Die natuurlijke luchtstromen die er vroeger waren, zijn in een goed uitgevoerde constructie niet meer aanwezig. Ventileren we dan niet, dan zullen de concentraties aan polluenten en de kans op schimmelvorming uiteraard toenemen. Daarom is het ten stelligste aangeraden om verse luchtaanvoer te voorzien, maar hierbij de hoeveelheid verse lucht wel afstemmen op de mate van vervuiling binnenshuis zodat een comfortabel binnenklimaat ontstaat in combinatie met een minimaal energieverbruik. Daarvoor bestaan verschillende ventilatiesystemen, onderverdeeld in systeem A, B, C en D.

Daar de systemen A en B in de nieuwbouw of te renoveren woningen met bouwvergunning niet geschikt zijn, wegens niet energiezuinig en slecht voor EPB of EPC bepalingen. Zullen we hier enkel kort vermelden dat de toe en afvoer natuurlijk gebeurd bij een systeem A, en bij een B de toevoer via een ventilator aangebracht wordt en de afvoer op natuurlijke wijze.